| Oftewel eten en drinken. Dit zijn
de sterkste behoeftes die we kennen. Bijna altijd moet alles hier
voor wijken. Dit treft men ook bijvoorbeeld aan bij dieren. Een
dier dat hongerig is, is zeer agressief en zal bijna alles doen
om maar aan eten te komen. Daarnaast verdringt het alle andere hogere
behoeften en is de aandacht bijna volledig op voedsel gericht. In
zulke situaties eet een mens zelfs tulpenbollen. Er is op dat moment
bijvoorbeeld totaal geen belangstelling voor mooie muziek. Eerst
eten en dan pas het andere. Op zo'n moment ziet men als hoogste
doel in het leven dan ook het bevredigen van deze taak. Men denkt
dan dat als men onbeperkt te eten heeft, men de gelukkigste persoon
ter wereld zal zijn. De rest lijkt voor hem op dat moment onbelangrijk.
Maar zodra de fysiologische tekortkomingen opgelost zijn, komen
de volgende en hogere behoeftes naar voren. En zodra de volgende
behoefte bevredigd is, komt de daarop volgende. Dit bedoelt Maslow
met dat behoeftes hiërarchisch (opeenvolgend) gerangschikt
zijn. Door een behoefte op een bepaald niveau te bevredigen, stijgt
men in feite qua ontwikkeling. Er is dan wel weer een andere behoefte
die opkomt, maar het gaat om een hogere, dus het is geen eindeloos
proces op hetzelfde niveau, maar een opbouwend proces. Zodra een
behoefte bevredigd is, verdwijnt deze behoefte. Simpel gezegd, als
men voldoende gegeten heeft, heeft men geen behoefte aan eten meer.
Het systeem van de hiërarchische behoeftes is niet alleen een
leuke theorie, maar dit is tevens de verklaring van meeste gedragingen
van de mens. De meeste handelingen en gedachten van de mens worden
gedragen door innerlijke behoeftes. Eten, vechten, werken en opmaken
vallen hier onder andere onder. |