Over Abraham H. Maslow

 

Abraham Maslow

Behoefteniveaus

Maslow's waarnemingen

Topervaringen

Het evenwicht

Aanvullingen van mij

Waarneembaarheid behoeften

Transcendatie

Maslow en de wetenschap

De gezonde mens

Maslow nu

 

 

Topervaringen

Bij zelf-actualiserende mensen komt ook vaak nog iets anders voor. Maslow heeft dit topervaringen genoemd. Het is een soort mystieke ervaring, maar het heeft niks te maken met religie of het bovennatuurlijke. Het is een soort volledig opgaan in iets, in diepe extase verkeren. Op dat moment vergeet men al het andere om zich heen. Plaats en tijdsbesef zijn op dat moment volledig aanwezig. Men is volledig geconcentreerd bezig. Voor velen zijn deze ervaringen moeilijk bereikbaar. Het ervaren doet men vaak alleen tijdens seksuele hoogtepunten. Deze topervaringen zijn er in verschillende gradaties. De lichte vormen treft men nog wel aan bij de meeste mensen, maar de intensievere ervaringen zijn alleen bereikbaar voor een kleine groep. Over het algemeen zijn dit de zelf-actualiseerders. Kinderen kennen het echter wel. Ze kunnen zo in iets opgaan dat ze alles vergeten en dat er bijna niks meer doordringt. Hoe hoger de graad van zelf-actualisatie, des te vaker en des te intenser komen deze topervaringen voor.
Een door hem ontwikkelt begrip is de "zelf-actualiserende mens." Hieronder verstaat hij een psychologisch gezond iemand. Ruwweg gezegd, waren dit mensen die prettig in de omgang waren en daarnaast een aantal sterke karakter eigenschappen vertoonden. Uit onderzoek blijkt dit ongeveer 2 % van de mensheid te zijn. De groep die binnen zijn onderzoek viel, waren zowel onbekende mensen als bekende mensen. Mensen als Einstein en Mozart bijvoorbeeld. Deze personen zijn veel betere kenners en opmerkers. Vanuit de levenshouding van deze mensen is hij bepaalde conclusies gaan trekken. Dit in tegenstelling tot de visie van Freud die meer uit ging van de zieke persoon. Freud probeerde te begrijpen hoe een gestoorde geesteshouding ontstaat. Zijn onderzoeken gebeurden daarom voornamelijk bij psychiatrische patiënten. Dit in tegenstelling tot Maslow dus. Hij probeerde dus te achterhalen waarom iemand een psychologisch gezond niveau haalde en waarom anderen dit niveau niet haalden. Maslow ging dus uit van de gezonde geest en Freud van de zieke geest. Beiden gingen dus uit van de uitersten van de mens, alleen de ene van het onderste en de andere van het bovenste.
Maslow was van mening dat als je het hoogst haalbare van de mens wil meten, moet je van degenen uit gaan die hier het dichtste bij in de buurt komen. Dit geldt zowel voor bijvoorbeeld de lengte, intelligentie en hoge psychologische gezondheid. Hoe snel een mens kan lopen kun je te weten komen door wereldkampioenen te onderzoeken. En dit geldt ook voor geestelijke niveaus. Hij noemde dit superieure mensen.
Maslow gaat er van uit dat wat de superieure mens goed vindt, werkelijk goed is. Hij ziet ze als waardebepalers en als mensen waar hij wat van kan leren. Dit geldt niet alleen voor de levenshouding, maar ook voor de dingen die ze waarnemen. Smaak is dan ook iets dat volgens Maslow niet bestaat. Het is een kwestie van een beter waarnemingsvermogen.

Het is niet zo dat deze kleine groep een soort spelingen der natuur zijn, want niets is minder waar. Iedereen zou een veel hoger niveau van waarnemen en welbevinden kunnen bereiken. Maar onderweg naar dit niveau is er ergens iets fout gegaan. Hij baseert dit voor een deel op het feit dat kinderen ongeveer dezelfde levenshouding hebben als de groep superieure mensen. Nieuwsgierigheid, ontspanning en gedrevenheid komt men hier tegen. Iedereen heeft de potentie om tot een superieur mens te volgroeien, maar wordt onderweg naar volwassenheid verstoord in deze ontwikkeling. Wat hier van precies de reden is, weet Maslow niet.