| Bij zelf-actualiserende mensen komt
ook vaak nog iets anders voor. Maslow heeft dit topervaringen genoemd.
Het is een soort mystieke ervaring, maar het heeft niks te maken
met religie of het bovennatuurlijke. Het is een soort volledig opgaan
in iets, in diepe extase verkeren. Op dat moment vergeet men al
het andere om zich heen. Plaats en tijdsbesef zijn op dat moment
volledig aanwezig. Men is volledig geconcentreerd bezig. Voor velen
zijn deze ervaringen moeilijk bereikbaar. Het ervaren doet men vaak
alleen tijdens seksuele hoogtepunten. Deze topervaringen zijn er
in verschillende gradaties. De lichte vormen treft men nog wel aan
bij de meeste mensen, maar de intensievere ervaringen zijn alleen
bereikbaar voor een kleine groep. Over het algemeen zijn dit de
zelf-actualiseerders. Kinderen kennen het echter wel. Ze kunnen
zo in iets opgaan dat ze alles vergeten en dat er bijna niks meer
doordringt. Hoe hoger de graad van zelf-actualisatie, des te vaker
en des te intenser komen deze topervaringen voor.
Een door hem ontwikkelt begrip is de "zelf-actualiserende mens."
Hieronder verstaat hij een psychologisch gezond iemand. Ruwweg gezegd,
waren dit mensen die prettig in de omgang waren en daarnaast een
aantal sterke karakter eigenschappen vertoonden. Uit onderzoek blijkt
dit ongeveer 2 % van de mensheid te zijn. De groep die binnen zijn
onderzoek viel, waren zowel onbekende mensen als bekende mensen.
Mensen als Einstein en Mozart bijvoorbeeld. Deze personen zijn veel
betere kenners en opmerkers. Vanuit de levenshouding van deze mensen
is hij bepaalde conclusies gaan trekken. Dit in tegenstelling tot
de visie van Freud die meer uit ging van de zieke persoon. Freud
probeerde te begrijpen hoe een gestoorde geesteshouding ontstaat.
Zijn onderzoeken gebeurden daarom voornamelijk bij psychiatrische
patiënten. Dit in tegenstelling tot Maslow dus. Hij probeerde
dus te achterhalen waarom iemand een psychologisch gezond niveau
haalde en waarom anderen dit niveau niet haalden. Maslow ging dus
uit van de gezonde geest en Freud van de zieke geest. Beiden gingen
dus uit van de uitersten van de mens, alleen de ene van het onderste
en de andere van het bovenste.
Maslow was van mening dat als je het hoogst haalbare van de mens
wil meten, moet je van degenen uit gaan die hier het dichtste bij
in de buurt komen. Dit geldt zowel voor bijvoorbeeld de lengte,
intelligentie en hoge psychologische gezondheid. Hoe snel een mens
kan lopen kun je te weten komen door wereldkampioenen te onderzoeken.
En dit geldt ook voor geestelijke niveaus. Hij noemde dit superieure
mensen.
Maslow gaat er van uit dat wat de superieure mens goed vindt, werkelijk
goed is. Hij ziet ze als waardebepalers en als mensen waar hij wat
van kan leren. Dit geldt niet alleen voor de levenshouding, maar
ook voor de dingen die ze waarnemen. Smaak is dan ook iets dat volgens
Maslow niet bestaat. Het is een kwestie van een beter waarnemingsvermogen.
Het is niet zo dat deze kleine groep
een soort spelingen der natuur zijn, want niets is minder waar.
Iedereen zou een veel hoger niveau van waarnemen en welbevinden
kunnen bereiken. Maar onderweg naar dit niveau is er ergens iets
fout gegaan. Hij baseert dit voor een deel op het feit dat kinderen
ongeveer dezelfde levenshouding hebben als de groep superieure mensen.
Nieuwsgierigheid, ontspanning en gedrevenheid komt men hier tegen.
Iedereen heeft de potentie om tot een superieur mens te volgroeien,
maar wordt onderweg naar volwassenheid verstoord in deze ontwikkeling.
Wat hier van precies de reden is, weet Maslow niet. |