| Hoe hoger het niveau waarop men
functioneert, des te groter de kans dat men nog iets anders kan
gaan ervaren. En dat is ergens mee bezig zijn zonder nog acht te
slaan op de omgeving. Oftewel volledige concentratie op de bezigheden.
Dit gaat namelijk niet als men veel problemen heeft, want deze blijven
onder de aandacht. Deze volledige overgave aan iets noemt Maslow
transcendatie. Dit is een onderdeel van zelf-actualisatie. Het is
een totaal opgaan in de bezigheden en daardoor vergeet men zichzelf.
Hij zag bepaalde overeenkomsten met het zenboeddhisme. Het wordt
het vaakste aangetroffen bij doeners en positief ingestelden. Transcendente
mensen herkenden elkaar ook vrij makkelijk. Ze voelden de ander
snel en makkelijk aan en begrijpen elkaar over het algemeen vrij
goed. Dit is niet alleen verbaal, maar ook intuïtief. Het gaat
veel dieper dan contacten tussen niet-transcendente mensen. Niet
alleen voelt men elkaar aan, maar over het algemeen doorgrondt men
anderen sneller en heeft men minder moeite met andersdenkenden.
Transcendente mensen houden het vaak bij eenvoud en vermijden vaak
eerbewijzen en extreme bezittingen. Ondanks de grote verschillen
heeft Maslow evenveel transcendeerders aangetroffen onder de meer
zakelijk ingestelden (ondernemers, industriëlen) als onder
de wat "vagere" kant (mystici, dichters, musici). Transcendatie
komt voornamelijk voor bij zelf-actualiseerders. Over het algemeen
leven de zelf-actualiseerders in een andere wereld en worden ze
niet altijd begrepen. Maar de weinige contacten die ze hebben zijn
over het algemeen veel beter. Er zit veel meer diepte in en er zijn
veel ruimere opvattingen over alles. Dit is veel sterker dan bij
andere mensen. Dit geldt ook voor de partners. Niet alleen waren
de verhoudingen veel beter, de partner stond zelf meestal ook veel
dichterbij zelf-actualisatie. Gezien het kleine percentage zelf-actualiseerders,
is dit geen toeval, maar voelt men zich onbewust tot elkaar aangetrokken.
Het is dus een soort logisch gevolg.
Daarnaast trof Maslow bij de zelf-actualiseerders nog veel meer
positieve eigenschappen aan. Ze waren veel ruimdenkender, democratischer,
eerlijker, sociaal denkenkender en hadden dus een beter gevoel voor
humor. Het was nooit kwetsend of agressief. Het was vaak enigszins
filosofisch en het maakte een deel uit van hun leefwijze. Verder
hadden ze allemaal een of andere vorm van creativiteit of vindingrijkheid
die vaak veel speelser was en enigszins op die van kinderen leek.
Maar indien noodzakelijk konden ze ook meedogenloos hard zijn. Vriendschap
zal direct verbroken worden als men bedrogen wordt. Naast de soepelheid
en ruimdenkendheid heeft men vaak veel duidelijkere en hardere opvattingen.
Dit is niet zozeer harteloosheid, maar meer directheid. |