| Zodra de fysiologische behoeften
bevredigd zijn, komt de behoefte aan veiligheid naar voren. Hieronder
vallen bijvoorbeeld bescherming, zekerheid en stabiliteit. Komt
men in onbekende situaties of veranderen er bepaalde dingen, dan
kan innerlijke onrust ontstaan. Doordat volwassenen geleerd hebben
om het een en ander te verbergen, is deze behoefte duidelijker bij
kinderen. Ze laten bijna direct merken dat ze zich niet veilig voelen.
Dit kan zijn huilen, naar ma rennen of bijvoorbeeld angstig kijken.
Kinderen kunnen over het algemeen vrij slecht tegen grote veranderingen.
Dan kunnen ze onrustig of bang worden. Ruziënde ouders of een
scheiding kan een traumatische uitwerking op een kind hebben. Een
kind heeft behoefte aan vastigheid om zich heen. Ruimte binnen bepaalde
grenzen zal geen problemen opleveren, maar grenzenloosheid zal een
negatieve uitwerking op het kind hebben. Een mens streeft meestal
naar stabiliteit en het vertrouwde. Doorbreking van dit kan onrust
veroorzaken.
Dit treft men heel sterk aan bij iemand
met een dwangneurose. Alles moet geordend en tot in de details geregeld
zijn. Spullen moet precies op hun plaats liggen en er mag niks ontbreken
Gaat hier iets fout, dan breekt er paniek uit. Naast het hongergevoel
is dit iets wat door de meeste mensen niet begrepen wordt, want
echte hoger en dit dwangneurotisch gedrag kent men niet.
Note van mij : Het zich niet veilig voelen is ook de oorzaak veel
(oudere) mensen 's avonds niet meer over straat durven gaan en mensen
gewapend over straat gaan (voor een deel is het ook stoerdoenerij).
Het is pure angst. Dit treft men ook bij dieren aan. Een paard kan
op hol slaan door onverwachte bewegingen en honden worden bang van
vuurwerk. Hun intelligentie is te beperkt om in te zien dat er niks
aan de hand is. Voor een deel is er wel aan te wennen.
|